 |
 Andy, Bloed en Blond Haar
Persoonlijk
|
19 November 2007 | 17:55:14
 |
Andy, zo heet hij. De Hengelose held du jour. Andy Vrielink overleed al in 1990, toch valt zijn naam deze weken vaker dan in al die jaren sinds zijn dood. Want Andy is de rockstar van Hengelo. Hij heeft een speelfilm op zijn naam staan. Een hele echte. Sterker nog, de film heet Andy, Bloed en Blond Haar, dus eigenlijk telt het nog dubbel ook.
Toch moeten wij Hengeloërs Andy niet te ver ophemelen. Want, zo heb ik gelezen in het Jaarboek Hengelo, het was bepaald geen schatje. Het was meer een boefje, iemand die Hengelo wekelijks op zijn kop zette. Die de politie bij voornaam kende. En die zelf helemaal niet gelukkig was in het leven.
Daar gaat de film ook over. Andy die weg wil uit het o zo kleine Twente. Iets wat iedere Tukker allicht bekend in de oren zal klinken. Want hoewel velen hun hart verpanden aan het land tussen Dinkel en Regge, heeft een echte Tukker vast wel eens gedroomd over het verre westen. Zo ook Andy.
Toch bleek ook in zijn geval deze ophemeling van alles buiten de rode grenzen niet gepast. Want deze twintiger zag de showbizz na Andy, Bloed en Blond Haar ineens helemaal niet meer zo zitten. Toen Mr. Paul Verhoeven himself Andy de hoofdrol aanbood in zijn nieuwe werkje Spetters zei Andy volmondig nee. Zelfs toen zijn tegenspeelster Jonna Koster haar naam wel aan het project verbond, bleef Andy in Twente.
Hij bleef gewoon aan het werk in de zandstralerij. Bleef gewoon Hengelo op zijn kop zetten. Gewoon zuipen met zijn vrienden, in de zogenaamde 'Anus van de Aarde', zoals hij en zijn kameraden Hengelo liefhebbend typeerden.
De Twentse grip, het is een ijzersterk fenomeen. Zelfs iemand met de wilskracht van Andy Vrielink wist er uiteindelijk niet aan te ontsnappen. En dat is misschien maar goed ook. Want een Hengelose filmster, dat kunnen we in het nuchtere Twente toch niet aan?
|
|
|
 |
 |
 Kwaad vs. kwaad
Persoonlijk
|
22 Oktober 2007 | 13:16:31
 |
Ik wist niet dat ik het in me had. Maar nu is het toch echt gebeurd: de workaholic in mij is wakker geworden. Naast mijn full-time stage heb ik nog mijn normale zaterdagse baantje aangehouden. Als ik op zaterdagavond op de bank in elkaar stort denk ik: weekend! Maar als ik zondagochtend wakker word begint het me te kriebelen. Een dag lang niets doen, zo is gebleken, doet een mens zich niet beter voelen.
IJsberend loop ik door het huis. Mijn hoofd alweer bij de nieuwe werkweek die morgen in het verschiet ligt. Mijn vingers jeuken, tasten. Op zoek naar een toetsenbord. In mijn hoofd is het druk. Agenda en notitieboek liggen opgeborgen in de kast, maar zijn toch altijd in mijn gedachten.
En het virus lijkt om zich heen te grijpen. Mijn vriend, normaliter een nog luier wezen dan ik zelf, heeft naast zijn stage en zaterdagse werk nog een extra klus op zich genomen. Op zaterdagavond en zondag zit hij achter zijn laptop te werken. Dan voel ik me nutteloos, maar bij vlagen haast jaloers. Je geld verdienen door te doen wat je leuk vindt. En hoe meer dagen je het doet, hoe meer geld je binnenhaalt. Gulzig als ik ben zou ik het liefst zeven dagen per week aan klussen werken. En daarmee heel veel geld binnenslepen.
Een houding die mij niet siert, en die ik ook niet bij mezelf had verwacht. Ik ben immers diegene die vindt dat geld niet gelukkig maakt. Die mensen die continu aan het werk zijn niet begrijpt. Want die mensen hebben dan wel veel geld, maar hebben ze ook een leven?
Nee, dat hebben ze dus niet. Ze hebben geld. Hun leven, dat is werk. Zo wil ik niet worden. Daarom heb ik besloten. Luiheid is een van de zeven zonden. Gulzigheid eveneens. Ik moet kiezen tussen twee kwaden, want samen gaan ze niet. Ik kies luiheid, schrijf ik hier, wederom achter mijn vertrouwde laptop.
Ach, iedereen weet toch dat vrouwen verschrikkelijk tegenstrijdig kunnen zijn?
|
|
|
 |
 Aan Sylvia Witteman
Persoonlijk
|
13 Juli 2007 | 19:35:36
 |
Hallo Sylvia,
Hoe gaat het met je? Met mij gaat het erg goed. Of nou ja, zijn gangetje eigenlijk. Ben eigenlijk wel toe aan vakantie nu. Ga jij nog op vakantie? Of ben je te druk met je verhuizing? Ik zag je in de Vrij Nederland. De familie Witteman (of moet ik dan de naam van P. gebruiken?) gaat naar Washington verhuizen. Wow! Ik ben jaloers op je. Maar ik las dat jij eigenlijk helemaal niet zoveel zin hebt? Sneu voor je, maar daar groei je wel weer overheen.
Dat je bang bent dat je dochter je gaat haten is begrijpelijk, maar ik denk dat ze daar rond haar twintigste vanzelf weer mee ophoudt. Het is wel een hele levenservaring die ze daar meekrijgt. Ergens wou ik dat mijn ouders met mij waren gaan emigreren. Als ik het nu nog wil moet ik het helemaal zelf doen, en dat is best veel werk.
Misschien krijgt mijn vriend ook wel een baan in Washington, dan verhuis ik zonder twijfel mee. Wie weet worden we wel buurtjes, kunnen we samen af en toe een fles wijn opentrekken en over onze levens zaniken. Lijkt me leuk.
Je hebt je naam gelukkig aardig mee voor Amerika. Nou ja, Sylvia dan. Daar kunnen ze daar nog wel wat mee. Maar Sylvia Witteman wordt al iets pittiger. Ik heet zelf Witteveen, dan heb je hetzelfde probleem. Misschien moet je dan als je daar woont maar een alias aanschaffen.
Ik las dat je bang was dat Amerikanen je humor niet zouden begrijpen. Zulke slechte mensen zijn het niet hoor, er wonen er zowaar een aantal met platte humor. Of je gelijk hebt over die Joden weet ik niet. Buiten Jerry Seinfeld, Adam Sandler en Seth Cohen kan ik geen grappige Joden bedenken, en die laatste bestaat niet eens echt.
Maar goed, mocht je gelijk hebben, dan zitten er in Nederland altijd nog wel mensen die jouw grapjes wel op waarde weten te schatten. En anders mag je mij altijd mailen.
Mocht ik tegen die tijd toch al naar Amerika getrokken zijn moet je misschien even zoeken. Kan zijn dat ik dan al een alias heb.
Liefs, Claudia
|
|
|
 |
 Column
Persoonlijk
|
12 Juli 2007 | 16:10:23
 |
Al sinds ik een klein meisje was heb ik eigenlijk twee hobby’s: schrijven en films kijken. De kans dat ik hier ooit iets mee zou gaan doen was dus aanzienlijk. Na jarenlang puzzelen van mijn kant was ik er uit: ik zou Journalistiek gaan studeren en van schrijven mijn beroep maken.
In alle eerlijkheid: ik had het schrijversbestaan lichtelijk overgeromantiseerd. Dagenlang tikkend achter de computer zitten lijkt relaxed, toch gebeurt er zoveel meer.
Zo is het verschijnsel writer’s block aan mij niet voorbij gegaan. Ook hand-, pols- en nekkrampen heb ik veelvuldig ondergaan. En als het met de woorden en diverse spiergroepen dan wel allemaal wou lukken, dan was er wel een verhaal dat gewoon niet wou lukken. Of een bron die niet mee wilde werken.
Kortom: ik heb vaker dan eens overwogen om mijn laptop van het daarvoor bestemde balkon te slingeren en voortaan maar een ‘gewoon’ baantje te zoeken. Dat heb ik alleen nooit echt gedaan. Achteraf misschien geen foute keuze, want eerlijk is eerlijk: de opleiding heeft mij geen windeieren gelegd.
Ik heb veel kennis opgedaan en het begint me te kriebelen om die kennis eens in de praktijk te gaan brengen. Gelukkig is het bijna zover: in september begin ik op mijn eerste stageplaats.
Niets al te prestigieus, gewoon de Twentsche Courant Tubantia, omdat het lekker dicht bij huis is en omdat krantenervaring meer dan eens gewenst wordt bij de grote tijdschriften. En dat is toch wel een beetje mijn droom: werken voor een mooi tijdschrift.
In mijn drie jaar Journalistiek is mijn mening over het type tijdschrift nogal eens veranderd. Toch kwam mijn mening full-circle, en ben ik inmiddels weer terug bij mijn roots: ik wil bij een filmtijdschrift werken.
Nou stikken we daar in Nederland nou niet bepaald in. Toch heb ik er één weten te vinden waar ik erg graag stage wil lopen. Of ze mij ook willen is op dit moment nog niet duidelijk. Misschien zou de keuze makkelijker voor ze zijn als ze wisten dat schrijven en films kijken als sinds mijn jonge jaren mijn hobby’s zijn. Maar ja, hoe vertel je iemand zoiets, zonder over te komen als een emo-trut, verstoken van alle professionaliteit?
Misschien moet ik er eens een column over schrijven.
|
|
|
 |
 Hoe hoog is jouw EQ?
Persoonlijk
|
08 Juli 2007 | 16:32:58
 |
Vanwege de ongekende verveling die evenementen als de Tour en Wimbledon bij mij opwekken heb ik net een IQ/EQ-test gedaan. Op www.qmasters.nl stond een tweedelige test. Aan het einde kreeg ik allerlei statistieken in beeld, maar uit één ding kon ik maar niet wijs worden: hoe zit het met EQ-scores? Wat is hoog en wat is laag? Als iemand me dit kan vertellen ben ik eeuwig dankbaar ;)
|
|
|
 |
 De levensgenieter
Persoonlijk
|
06 Juli 2007 | 15:14:03
 |
Door mijn vele jaren als kassameisje in een kleurige en redelijk hippe tabakshandel ben ik één ding als waarheid gaan beschouwen: klanten zijn het minpunt aan werken in een winkel. Meer dan een nare bijkomstige noodzaak zou ik ze niet willen noemen.
Dat wij ons aan de consument ergeren heeft niets te maken met een bepaalde landelijke kortlontigheid van winkelpersoneel. Nee, ons lontje is niets korter dan dat van ieder ander. Maar klanten hebben de neiging het zichzelf, en daardoor ook mij, ontzettend moeilijk te maken.
Zo heb je in de tabaksdetailhandel overmatig veel last van klanten met de aangeboren afwijking tot vage bewoordingen. De zin: “Een pakje sigaretten, alstublieft”, is ogenschijnlijk onschuldig. Uitgesproken staande voor een wand van twee bij twee, tot de nok toe gevuld met een ruim assortiment aan tabakswaren is het toch echt kantje boord.
Datzelfde geldt voor mensen die de vraag “wilt u daar een pakje vloei bij?” beantwoorden met een nuchter en Hollands “ja”. Nee, in een Nederland waar ‘alles zo snel mogelijk’ het credo lijkt, maakt de roker het zichzelf bepaald niet gemakkelijk.
Er zijn gelukkig ook nog mensen die alle tijd van de wereld hebben. Dit type levensgenieter tref je op zaterdagmiddag en masse in de Nederlandse winkelstraten. Bedachtzaam sjokkend pogen zij om in zoveel mogelijk tijd zo weinig mogelijk te doen. Een nobel streven, ware het niet dat deze levensgenieters na een zorgvuldige trek over de markt het zaterdaggeduld helaas zo goed als op hebben. En dan willen ze snel naar huis, maar eerst nog even een pakje peuken halen.
Wanneer de aan het einde van zijn Latijn-levensgenieter de winkel binnenstapt, en toch al snel acht mensen voor hem treft, is zijn positivisme dan toch echt helemaal verpulverd. Zuchtend, steunend en veelal zwetend als gevolg van de combinatie overbevolking, broeikaseffect en ongeduld, ziet de man de rij op een tergend sloom gangetje slinken.
Wanneer de immer met IQ en werkethiek worstelende, en daarbovenop ook nog eens blonde verkoopster uiteindelijk bij de man is aanbeland blaft hij haar zijn bestelling tegemoet. “Pakje sigaretten en een Van Nelle Zwaar met vloei.”
Gelukkig staan er achter de man zoveel andere levensgenieters te zuchten, steunen en zweten dat hij mijn binnensmondse blonde vloek niet hoort.
|
|
|
 |
 An Inconvenient Truth?
Persoonlijk
|
06 Juli 2007 | 11:42:55
 |
Als er ophef ontstaat rondom een documentaire, komt dat veelal door de maatschappijkritische aard van het werk. Dat was zo toen Michael Moore zijn Bowling for Columbine en Fahrenheit 9/11 uitbracht. Dat was eveneens zo toen Morgan Spurlock de V.S. te kijk zette met Super Size Me.
Maar dan hebben we het wel over twee mensen die geacht worden maatschappijkritisch te zijn. Een dergelijke houding verwacht je niet van een voormalig presidentskandidaat.
Toch kon Al Gore’s pronkstuk An Inconvenient Truth op minstens net zoveel ophef rekenen als eerder genoemde docu’s. En niet onterecht: Gore nam voor deze film een even zo Amerika-kritische houding aan als zijn mededocumentaristen.
Wat An Inconvenient Truth echter onderscheidt van bijvoorbeeld een Fahrenheit is de tegenstand waarop de film kon rekenen. Was heel redneck-Amerika het nog roerend oneens met Moore, zelfs de meest ingenomen en patriottistische Amerikaan gaf Gore gelijk: we verpesten het milieu met reuzenstappen tegelijk.
Hoewel zijn boodschap dus weinig tegenstand genoot kwam Gore zelf er minder goed van af. Bijna direct na de release van de docu begonnen de beschuldigingen. ‘Gore wil vast weer meedoen aan de presidentsverkiezingen.’ ‘Hij speelt zich zo slim in de kijker.’ Mijns inziens niet heel vreemd. De afschildering van Gore in de film laat inderdaad nogal wat te wensen over.
Het best zag ik dit laatst verwoord in de Amerikaanse televisieserie The O.C. Raspessimist Seth Cohen gaat hierin de film huren met zijn milieuminnende liefje Summer. Zij huurt de film om meer te leren over het milieu. Hij om het aantal shots te tellen waarbij Gore met een dappere ‘let me save the world’-blik uit een vliegtuigraam naar buiten kijkt.
En dat is in een notendop toch eigenlijk het probleem met An Inconvenient Truth? Dat de onbetwistbare waarheden over het milieu naar achter worden geschoven om plaats te maken voor iets wat niet anders beschreven kan worden dan Gore-propaganda. Dat deze waarheden misschien helemaal niet zo inconvenient waren voor Gore. Omdat de man nu in 2008 wellicht weer een kansje maakt op het presidentsschap. En wie weet kan hij dan wél iets betekenen voor het milieu. Met deze film heeft hij dat doel namelijk overduidelijk nog niet bereikt. |
|
|
 |
 Geen popcorn, maar koffie met wat lekkers!
Persoonlijk
|
05 Juli 2007 | 21:23:16
 |
Gisteren lag er een folder in de bus van een bioscoop bij mij in de buurt. Deze bioscoop houdt sinds kort speciale voorstellingen voor 50-plussers. Ze tonen op deze middagen (ja, vrijdagmiddagen om drie uur, want ’s avonds moeten mensen van boven de vijftig natuurlijk slapen!) films die gemiddeld ongeveer twee jaar in de videotheek liggen. Want naar de videotheek gaan is iets wat een 50-plusser natuurlijk niet zo vaak doet.
Daarbij geldt bij de bioscoop op deze middagen ook nog een spetterende horeca-aanbieding: koffie met iets lekkers voor maar één euro! Fijn, want de gemiddelde 50-plusser doet natuurlijk niet aan cola en popcorn.
Van dit hele verhaaltje had ik tien jaar geleden niet zo opgekeken. Ik was toen elf, en mensen van vijftig waren oud. Maar nu weet ik precies hoe ‘oud’ vijftig is. Mijn ouders gaan allebei hard richting de vijftig, net als weet ik hoeveel andere mensen in mijn omgeving.
Toch zie ik ze nog niet zo snel ‘gezellig’ met een bakkie troost in de bios zitten. Het bijbehorende lekkers soppend om schade aan het kunstgebit zoveel mogelijk te voorkomen. Lekker socializen met medeoudjes. Om drie uur. Op vrijdagmiddag. Want mensen van vijftig hebben over het algemeen niets te doen op vrijdag om drie uur. Die zijn nog maar vijftien jaar verwijderd van de VUT. Vrije tijd zat toch?!
Tegen iedereen die de vijftig nadert zou ik willen zeggen: neem het er nog even van. Ga naar de bios, durf die late voorstelling te pakken en neem ook nog maar die grote bak popcorn en driekwart liter cola. Over een paar jaar word je zonder pardon in de categorie 50-plus gemieterd. En dan mag dat allemaal niet meer.
|
|
|
 |
 De geboorte van een filmfan
Persoonlijk
|
05 Juli 2007 | 11:58:19
 |
Toen de eerste Indiana Jones-film uitkwam was ik nog niet geboren. Ten tijde van het tweede deel nog steeds niet. En toen het slotstuk van de trilogie gereleased werd was ik nog maar vier. Het is dus fair om te zeggen dat ik van het ontstaan van deze kaskrakers maar weinig heb meegekregen. Dat zou misschien mijn hele leven zo gebleven zijn, ware het niet dat mijn vader een echte Indy-fan is. Hij stond bij alle drie delen vooraan in de rij bij de bioscoop.
Ik kan me de eerste keer dat ik Indy zag nog erg goed voor de geest halen. Het was kerstvakantie en ik was acht jaar oud. Officieel was ik nog vier jaar te jong voor de film, maar mijn vader kon niet wachten. Hij was 35 en had een waslijst aan films die hij met mij wilde delen. Hoogste tijd om te beginnen dus. En wie was ik om dat tegen te spreken?
Nu, dertien jaar later, denk ik dat het eerlijk is om te zeggen dat Indiana Jones en mijn vader er samen voor gezorgd hebben dat mijn filmhart is gaan kloppen. Een nieuwe filmfan werd tijdens die eerste Indiana Jones geboren. Zoveel jaar en vele honderden films later kijk ik namelijk meer films dan ooit, heb ik een goede basiskennis van de (hedendaagse) klassiekers opgebouwd en sta ik meer dan ooit te popelen voor wat het jaar 2007 mij in filmisch opzicht gaat brengen.
Het was dan ook tot mijn grote vreugde, dat filmtijdschrift Empire op 1 januari 2007 met het nieuws kopte dat de vierde Indy nog dit jaar gemaakt gaat worden. Het zat er aan te komen, de geruchten over een vierde en laatste deel van de Jones-serie deden immers al jaren de ronde. Maar ik had de hoop zo onderhand toch echt wel opgegeven.
Maar nu komt hij er dus toch echt. Op 26 mei 2008 zal de film in de V.S. uit komen.
Zelfs mijn childhood-hero Harrison Ford komt weer terug en zal uiteraard als Indy het witte doek gaan sieren. Toegegeven: de man is inmiddels 64 jaar oud en daarmee geen stereotype actieheld meer. Toch zou ik het niet anders willen hebben. Ik krijg een herkansing. De eerste drie Indy’s heb ik nooit in volle glorie meegekregen omdat ik daarvoor ongeveer 15 jaar te laat geboren ben. Maar met Indy IV ben ik er helemaal bij! Dan ga ik in de rij staan bij de bioscoop. En als ik dan later zelf een kind heb zal ik kunnen zeggen: het einde van de Indy-reeks? Ik zat als eerste in de bioscoop! Dan zal ik hem of haar op onverantwoord jonge leeftijd de film laten bekijken. En wie weet, misschien gaat er dan wel weer een nieuw filmhartje kloppen.
|
|
|
 |
 Bye bye Tony
Persoonlijk
|
03 Juli 2007 | 15:33:07
 |
Het afscheid valt me zwaar. De hartkloppingen tijdens de laatste paar seconden van de allerlaatste Soprano ooit maakten al snel plaats voor een weemoedig gevoel. Wat zal ik Tony en consorten missen. Maar vooral: wat moet ik denken van het einde?
Dat mij een verrassend einde te wachten stond wist ik bij voorbaat al. Een maand geleden kreeg de V.S. deze laatste aflevering te zien. Hun reactie ging de wereld rond: ‘Soprano fans boos om einde’, ‘Komt er een Sopranos The Movie?’ Ik las de artikelen geen van allen uit angst voor allesvernietigende spoilers. Wekenlang zat ik als een neuroot achter het net. Ik moest en zou berichten over The Sopranos omzeilen.
Nou was ik veel dingen toen na 58 zenuwslopende minuten het Sopranodoek viel, maar boos was ik niet. Mijn vriend wel. “Wat een kuteinde”, riep hij onwillekeurig richting televisie. Na een paar stille minuten en een hevige relationele discussie paste hij zijn mening langzaam aan. Want een serie die zo briljant in elkaar zit als The Sopranos, zal toch ook wel een doordacht einde hebben?
Midden in de nacht of niet, de laptop kwam op schoot, en de intens vermeden websites verschenen één voor één op het scherm. Slechts een maand na de uitzending was er online een ware cultus ontstaan. Site na site vol met theorieën over wat David Chase kan hebben bedoeld met het einde. Mijns inziens een enorm compliment voor de televisiemaker, want hij krijgt precies wat hij wil.
Namelijk een waardig en legendarisch einde voor zijn show. Een wereldberoemd einde. Een einde, waar de gemiddelde Soprano fan nooit meer volledig van zal herstellen. En misschien willen we dat ook wel niet. Afscheid nemen is immers veel te zwaar. |
|
|
|
|
|